”Als mensen zeggen dat ik het niet kan, denk ik dat het wél kan”

Afgelopen donderdag is het boek ‘De weg door ellende’ van Joyce Huis  uit Maasdijk in de verkoop gegaan. Het boek, dat grotendeels ook als profielwerkstuk voor school heeft gediend, gaat over de tragische ervaringen die de 18-jarige Joyce in het verleden gekend heeft. Naast haar jarenlange strengeling met de ziekte anorexia nervosa, verloor ze op haar negende ook haar vader. Joyce hield toen al dagboeken bij, en ook tijdens haar ziekteproces was ze druk aan het schrijven. Uiteindelijk bleken deze teksten een springplank naar een ontroerend boek over een meisje met een enorm doorzettingsvermogen.

‘’Als mensen zeggen dat het niet kan, denk ik dat het wél kan.’’ Joyce is perfectionistisch, een doorzetter. Toch kreeg de ‘sluipmoordenaar’ anorexia haar stevig aan het wankelen. ‘’Ik wilde gewoon afvallen. Dat ging goed, maar ik sloeg door. Na een tijdje begon het op te vallen. Mijn moeder zei dat het niet goed ging. Toen mijn buurjongen een opmerking maakte over anorexia, werd ik heel boos. Hij wist niet beter, omdat het zo opviel.’’

Het ging van kwaad tot erger. Uiteindelijk werd de jonge Joyce, die nog volop in de puberteit was, opgenomen in februari 2007. ‘’Ik wilde niet meer vechten tegen mijn eetstoornis. Het putte mij zo uit. Toch at ik daar, omdat ik wist dat ik moest eten. Maar goed voelen deed het niet.’’ Het feit dat de ziekte haar in de wurggreep had, had op vele vlakken invloed. Ze kwam in een sociaal isolement terecht. ‘’Ik had weinig energie meer, waardoor ik nergens zin in had. Ik sprak niet meer af met vriendinnen, en piekerde veel. De anorexia had constant invloed. Dag en nacht. Ik kon niet slapen, omdat ik wist dat ik de dag erna op de weegschaal moest. Soms dronk ik twee liter water voor het wegen. Hoe ik dat deed? Ik ben een doorzetter.’’

Joyce beschrijft de ziekte als ‘een sluipmoordenaar’. Die benaming werd bijna realiteit. ‘’Voor mijn gevoel deed ik niks goed. Ik wilde eigenlijk niet meer bestaan. Ik heb vaak op het punt gestaan om te kiezen tussen mijn overleden vader, en mijn moeder. Ik wilde liever naar papa, en ermee stoppen. Ik koos voor m’n moeder: zij was haar man ook al verloren en ze gaf me veel liefde. Zij is de sleutel geweest tot het overwinnen van de ziekte.’’ De moeder van Joyce heeft een hoop moeten verduren tijdens het proces. ‘’Op school en met vrienden, kon ik meestal wel een ‘masker’ opzetten, vrolijk doen. Als ik dan thuis kwam, kreeg zij de volle laag. Ging ik op m’n kamer zitten, en bleef ik daar ook.’’

Zoals het familieleden betaamt, probeerden zij Joyce een duwtje in de rug te geven. Alleen was er niemand die haar écht begreep. ‘’Niemand kon zich echt indenken hoe vast ik zat in mijn eetprobleem. Vaak hadden zij de instelling dat ‘als ze bij mij komt, ze wel gaat eten’. Pushen werkte averechts bij mij. Toen ik het mijn opa probeerde uit te leggen, zei hij: ‘ga toch vreten!’. Ik kreeg het warm en benauwd, en kwam niet meer bij m’n opa en oma.’’

Tussen alle sociale belemmeringen door, ging de strijd tegen anorexia gewoon verder. Joyce bleef sterk, en werd keer op keer op proef gesteld door de ziekte. Twee jaar geleden zette haar moeder haar voor een blok. ‘’’Dit is de allerlaatste behandeling waarbij ik mee ga’, zei ze. Ik geloofde haar niet, maar het was wel zo. Ik opende mijn ogen. Ik begon te beseffen dat ik alleen maar mezelf ermee had.’’ Langzamerhand raakte de Maasdijkse op een gezond gewicht, alleen zat de anorexia nog wel tussen haar oren. ‘’Stapje voor stapje ging ik weer leven, in plaats van dat ik geleefd werd. Ik besefte dat overwinnen mogelijk was. Ik ging m’n dingen weer doen. En nu, na zes jaren van vechten, heb ik de strijd zowel fysiek als mentaal gewonnen!’’

Dan rest alleen nog de vraag, wat de rol van haar vader in het boek is. De onderwerpen anorexia en het verlies van je vader liggen wel enigszins ver uit elkaar. ‘’Het gaat allemaal over controle. Ik vind het moeilijk om mensen of dingen kwijt te raken. Mijn vader was ziek, en daar kon ik niks aan doen. Mijn therapeut ging weg, daar kon ik niks aan doen. Het ging uit met mijn vriendje… Ik raakte alles kwijt en wilde controle hebben. Controle over mijn gewicht. En dus ging ik afvallen.’’

Schrijven was tijdens alle tragische gebeurtenissen een uitlaatklep. Een uitlaatklep dat later gedeeltelijk voor een profielwerkstuk zou leiden, op de middelbare school. Een uitlaatklep dat zelfs tot een boek zou leiden. Joyce werkte lang aan haar boek. ‘’Ik moest veel scheldwoorden weghalen. Ik ben zinnen tegengekomen waar wel tien keer ‘kut’ instond. Omdat ik opschreef wat ik dacht.’’ Het leidde allemaal naar ‘De weg door ellende’, een boek dat verkrijgbaar is via de webwinkel van Bruna en op http://www.bol.com.

Tim Reedijk, Algemeen Dagblad (Westland), 05-06-’12. Vóór de eindredactie.

Advertenties