‘s-Gravenzandse trialbiker op weg naar de top

Kampioen worden in fietsen op een fiets zonder zadel. Duidelijk niet iets wat je dagelijks hoort, maar Guido van Luijk (17) uit ‘s-Gravenzande kan het zeggen. Guido is trialbiker. Trialbiken is een behendigheidssport waarbij je stunts en sprongen uitvoert op een fiets zonder zadel. Bij trialbiken komt het vooral aan op behendigheid, evenwicht, controle en sprongkracht. Guido blijkt het aardig onder de knie te hebben; hij zit momenteel in categorie rood, wat voor het op één na hoogst haalbare niveau staat.

Trialbiken is een relatief onbekende sport, zo geeft Guido toe. ”Er bestaan geen clubs. De wereld van het trialbiken is zo klein, dat iedereen elkaar kent. Samen met een broer en een vriend van me, zijn wij de enigen in Zuid-Holland die de sport beoefenen. Verder zijn er nog een paar in Drenthe en in Brabant, maar dat is het wel zo ongeveer in Nederland.  De Nederlands kampioen woont in Drenthe. Alle trialbikers kennen elkaar; je komt altijd dezelfde mensen tegen met wedstrijden, en daar maak je dan een praatje mee. Verder spreken we elkaar via Facebook of MSN.”
De grote vraag is natuurlijk: hoe kom je erbij om te gaan trialbiken? Gek genoeg raakte de ‘s-Gravenzander verliefd op de sport door een val. ”Er werd een demonstratie gegeven bij de Dikke Banden Race. Ik vond het eigenlijk heel leuk, dus ging ik wel eens stiekem op de fiets van mijn broer. Toen ben ik een keer keihard gevallen, toen ik een jaartje of 10 à 12 was. Uiteindelijk kocht ik zijn fiets over en ben ik langzaamaan begonnen.”

”Het gaat om oefening en evenwicht. Je probeert eerst je fiets in de lucht te krijgen, op je achterwiel te springen. Na twee jaar oefenen begin ik nu eindelijk ook het springen op mijn voorwiel onder de knie te krijgen,” zo verklaart hij. ”Het is niet iets wat je van de ene op de andere dag kan. Een jongen in ‘s-Gravenzande wilde een keer een stukje rijden. Die ging meteen bijna onderuit. Dan denk ik al: waar begin je aan? Toch kun je met oefenen ver komen: ik spring nu gerust van bunker naar bunker, waar een gat van 2,10 meter tussenzit.”

De sport is klein, dus er worden ook weinig wedstrijden gereden. ”Je hebt een wintercup; die heb ik twee jaar geleden gewonnen op het één na hoogste niveau. Verder heb je jaarlijks een Nederlands kampioenschap en een wedstrijd in Harderwijk. Dan leg je enkele parcours af en wint degene met de minste strafpunten. Strafpunten krijg je bijvoorbeeld door voeten of handen aan de grond te zetten.” Nu Guido al een keer op het één na hoogste niveau gewonnen heeft, streeft hij naar het hoogste niveau: categorie geel. ”Binnen twee jaar hoop ik daar wel te zitten, ja. Als mijn enkel een beetje meewerkt.”

Hoe hoog hij ook zal komen, het zal het sportjournaal nooit halen. ”Het is ook gewoon een pure hobby. Een dure hobby, dat ook. Zo’n fiets kost al gauw 2000 euro. Het gaat me om het lol maken, de gezelligheid. Af en toe eens een demonstratie. Verder sta ik misschien bij het aankomende Varend Corso op een boot met m’n fiets. Dat vind ik mooi: het trekt veel bekijks en je krijgt er veel complimentjes over. Het geeft een kick als iets lukt.”

Advertenties