Wonen in een onvoltooid huis

Het immense pand aan de Raamstraat 45 is een huis vol contrasten. De voormalige school dingt mee naar een prijs voor de beste Delftse stadsverfraaiing, maar het huis is pas ‘voor 70 procent af’. Toch woont Hendrik-Jan de Graaf er al zo’n twaalf jaar. ‘Ik geef er niet zo veel om dat ik in een huis leef dat niet ‘af’ is.’

e Graaf woont samen met zijn aanstaande vrouw Eline Lankhuijzen en hun twee jonge kinderen aan de knusse, smalle Raamstraat. Huisnummer 45 is een eenling in een straat, die verder veel eenvoudige huizen telt. “Dit was een totaal verwaarloosd pand,” aldus De Graaf. “De voorkant was helemaal zwart, ramen lagen eruit en er waren platen tegenaan getimmerd. De schoorstenen stonden krom en het was hier en daar zelfs gevaarlijk.”

De ex-vriendin van De Graaf kwam de voormalige burgeravondschool, die in 1891 haar deuren opende, op het spoor. Uiteindelijk kochten ze in 1999 het pand. Met tussenpauzen volgden tot de dag van vandaag talloze renovaties binnen het grote project: het ombouwen van een schoolgebouw dat ten onder ging als antikraakpand in de jaren ’70 tot een compleet woonhuis.

“De bewoners die het huis voor krakers moesten behoeden, zorgden inderdaad niet goed voor het huis,” licht De Graaf toe. “Sinds een paar jaar hebben Eline en ik de geest gekregen om steeds projecten aan te pakken. Zo is vijf jaar geleden de voorgevel gestraald en is vorig jaar het dak gerestaureerd. Wat we doen, doen we echt goed. Ik heb liever dat één ding heel mooi is, dan dat alles er maar een beetje aardig uitziet.”

Die instelling zorgt er voor dat de kinderen opgroeien in een huis met beperkingen. De entree en de tuin zijn bouwplaatsen. De eerste kenmerken van een leefbaar huis vind je pas op de eerste verdieping. “Voor de kinderen is het een uitdaging om in zo’n huis te leven. Her en der steken leidingen uit de muur,” vertelt Lankhuijzen. “En de viezigheid… Op een gegeven moment wil je dat anders zien. De kinderkamer was daarom als eerste af.”

Het huis heeft een hoop doorstaan, maar zal volgens De Graaf nooit zijn wortels verliezen. “Veel was vernietigd in het gebouw. We proberen alles in de oorspronkelijke stijl terug te brengen. De isolatie van het dak is aan de buitenkant aangebracht, waardoor je op zolder een schitterende detaillering hebt. Dit is toen echt met zorg gemaakt. We denken bij alles: zo zouden ze het in die tijd gemaakt kunnen hebben. Al zijn sommige dingen wel een grapje hoor,” zegt de eigenaar, terwijl hij naar een convectorputje op de eerste verdieping wijst. “Die hadden ze 120 jaar terug uiteraard nog niet.”

Het stel heeft graag een vinger in de pap. Daarom gebeurt niet alles via een aannemer. “De vensterbanken hebben we zelf gedaan, net als bepaalde deuren,” zegt De Graaf. “Al slaan we soms wat door. Het dobbelsteenpatroontje rondom de douche is geïnspireerd op de gang – een enorm priegelwerk.”

Vordering

De meningen verschillen, als wordt gevraagd naar de vordering. “Ik denk dat we op 70 procent zitten, maar ik zeg niet dat het volgend jaar af is,” aldus Hendrik-Jan de Graaf. Zijn vriendin vult aan: “We moeten nog een woonkamer en een achterdeur naar de tuin maken. Die deur moet – net als het huis – monumentaal worden. Ik denk níet dat dit de laatste loodjes zijn. Ja, soms denken we: waar zijn we aan begonnen? Mensen krijgen zelfs medelijden met ons, maar dat hoeft niet. Dit is onze keuze.”

In AD: 015_hcv1qu_20130510_adn02_00_orig.pdf

Advertenties