Efficiëntie kan het kwaliteitsverschil tussen krant en internet verkleinen

‘Dat de site een stuk minder nauwkeurig en volledig is dan de krant, staat vast,’ stelt Dennis van Luling, de internetchef van het Algemeen Dagblad. ‘Dat is ook logisch’, voegt hij er snel aan toe. Maar is dat wel zo? In tijden dat informatie massaal op de journalist afkomt en het World Wide Web een chaotische verzamelplek van nieuwsstromen is, proberen sites van krantenmerken het nieuws zo goed mogelijk te coveren. De enorme snelheid van internet –en de onvolledigheid en onnauwkeurigheid die daar automatisch mee gepaard gaan– maken dat bijna een onmogelijke missie.

Als nieuws bekend wordt, gaat er een proces van ongeveer 10 minuten van start. In die tijd zou een journalist alle handelingen moeten doen: checken, wederhoor, schrijven en publiceren (Andersson, Wallin, Karlsson & Clerwall, 2011). Dat is onmogelijk, maar wat maakt het uit? Journalisten op het internet kunnen hun verhalen altijd corrigeren en constant updates plaatsen. Factchecking voor het publiceren van een verhaal is daarom geen must (Arant & Anderson, 2001). ‘Publish first, correct if necessary’ is het nieuwe motto, blijkt uit onderzoek van ING.

Onnauwkeurigheid
De snelheid van internet neemt onnauwkeurigheid met zich mee. Het tempo waarmee alles moet worden gepubliceerd om maar de snelste of de eerste te zijn, gaat geregeld ten koste van het checken van de feiten. Opvallend, want factchecking staat hoog in het vaandel bij journalisten. Dat concludeerden Liesbeth Hermans, Maurice Vergeer en Alexander Pleijter in 2011. De ondervraagde journalisten vinden onafhankelijkheid ‘zeer belangrijk’ (75,5 procent) en hoor en wederhoor komt op een goede tweede plek (70,1 procent).

Dit aspect valt op internet grotendeels weg, blijkt uit een rapport van ING. 45 procent van de journalisten doen bij 60 à 100 procent van hun publicaties niet aan factchecking. Eerst publiceren, later eventueel corrigeren.

De website van de Telegraaf –de grootste krant van Nederland (!)– scoorde een 4,7 in de Newcom Vertrouwensindex 2011.

Veel van die ongecontroleerde publicaties komen voort uit sociale mediaberichten. Zoals Pieter Dumon in 2013 al in de Belgische krant De Morgen schreef, worden nieuwsagentschappen steeds vaker qua snelheid ingehaald op Twitter. Op dat platform is iedereen journalist, kan iedereen ‘nieuws’ publiceren en de primeur pakken. Betrouwbaar is dat echter lang niet altijd, maar voor een nieuwssite van een krantenmerk is het verleidelijk om het bericht – zonder controle – op te pikken. Als je maar sneller bent dan je concurrent…

Daar gaat het wel eens mis. Vincent Smits beschreef in het Parool hoe elke afgerukte ledemaat op Twitter te zien is. ‘In de Israëlische sociale media dook de laatste weken een filmpje op van Hamasstrijders die een bruiloft in de Gazastrook binnenvallen. Er vallen schoten, er wordt met stoelen gegooid. In de uitleg bij het filmpje staat dat Hamas zingen en dansen verbiedt. Maar het filmpje stamt uit 2007, toen Hamas de controle over de Gazastrook overnam,’ schrijft hij. In deze tijden van vliegrampen (MH17, MH70), oorlogen (Oekraïne en Rusland, Israël en Hamas) en organisaties als IS en Boko Haram, stroomt het internet vol met gruwelijke beelden. Maar wie zegt dat elk beeld daadwerkelijk bij de betreffende situatie hoort? Of – dat breinen achter de organisaties niet onder het mom van propaganda (bewerkte) beelden op het net zetten? Als die feiten niet aan het licht komen, kan het zo maar zijn dat nieuwssites pronken met foutieve informatie. Maar wat wil je? In het begin van deze eeuw was de voorspelling dat er meer nieuwe informatie in drie jaar zou worden geproduceerd dan in de vorige 300.000 jaar (Kovach & Rosenstiel, 2010).

Onvolledigheid
De onnauwkeurigheid staat parallel aan onvolledigheid. Als ongefilterde berichten doordringen op nieuwssites, hoeft het niet per se van belang te zijn dat het klopt of volledig is. Internet gaat zo snel dat het bericht een paar uur later al verdwenen is van de site. Met ‘sexy’ nieuwtjes, gefilterd of niet, trekt een nieuwssite bezoekers en dáár gaat het om (Kuijpers, The Post Online). Haro Kraak zag, zo schreef hij in de Volkskrant, zelfs vergelijkingen met ‘yellow journalism’. Amerikaanse voorpagina’s schreeuwden altijd al om het hardst om zoveel mogelijk kranten te verkopen. Misleiding door media is dus van alle tijd. ‘‘Yellow journalism’ is naar het stripje Yellow Kid dat veel lezers trok en in 1889 zelfs aan de basis zou hebben gestaan van de Spaans-Amerikaanse Oorlog nadat The New York Journal en The World in sensationele koppen beweerden dat de ontploffing van het Amerikaanse schip Maine een aanval was van Spanje, in plaats van een ongeluk.’

Een ander voorbeeld van de onvolledigheid van online journalistiek is het gebruik van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) als bron. Op dit moment is de trend dat veel nieuwssites hetzelfde nieuws melden in precies dezelfde vorm. Letterlijk gekopieerd van ANP, dus. Terwijl het persbureau helemaal niet de intentie heeft om een doorgeefluik te zijn (Blansjaar, 2014). ANP is ‘een alarmeringscentrale, verkeersknooppunt, vangnet en nieuwsdienst ineen’. Aan de nieuwssites van krantenmerken de taak om er verder mee aan de slag te gaan, met andere woorden, om de journalistieke taken (checken, wederhoor en schrijven) te vervullen.

Dat gebeurt momenteel niet op de internetredacties van De Persgroep, vertelt Van Luling, die daar op den duur van afwil. ‘ANP moet een signaleringsmechanisme worden. Niet meer alleen ‘doorzetten’, maar hun berichten uitgebreider maken. Zo verrijk je het bericht en laat je als medium je interesse in het onderwerp zien.’

Je moet beseffen dat internet van ver komt als kwaliteitsmedium. Het verschil in kwaliteit met de krant is er nog, maar dat zijn we voorzichtig aan het inhalen.

Vertrouwen
Is deze onvolledigheid en onnauwkeurigheid binnen online journalistiek een niet te stoppen trend? Is dit een acceptabel onderdeel van nieuwe media, of kunnen redacties er een stokje voor steken?

Bevorderlijk voor het vertrouwen van de lezers is het in ieder geval niet. In de Newscom Vertrouwensindex 2011 kregen nieuwssites gemiddeld een 6,3 van de lezers voor het vertrouwen, een schamele voldoende dus. De NOS kreeg een 7,3 en was daarmee het meest vertrouwde medium. De website van de Telegraaf –de grootste krant van Nederland (!)– scoorde een 4,7… Het geeft ook aan dat mensen hun lot niet meer in handen van één medium leggen, maar een eigen ‘nieuwsdieët’ samenstellen in de massale nieuwsstromen. Eigenlijk is iedereen een redacteur (Kovach & Rosenstiel, 2010).

De krantenmerken zien in dat deze trend een slechte invloed heeft op het bedrijf. Zo sprak Wouter Bax in Trouw al uit dat hun website en krant elkaar versterken. ‘Met elke dag een blote meid op Trouw.nl zou het aantal pageviews explosief stijgen. Maar zo moeilijk is het niet om aan die verleiding te weerstaan, hoor. Je wilt immers dat je website het merk Trouw als geheel ondersteunt,’ schreef hij. Opvallend is dan ook hoe Trouw –als enige nieuwssite van de Persgroeptitels– zelden klakkeloos ANP-berichten overneemt.

Krant
Van Luling heeft een ideaal uitgetekend en wil daar naartoe werken. ‘Je moet beseffen dat internet van ver komt als kwaliteitsmedium. Het verschil in kwaliteit met de krant is er nog, maar dat zijn we voorzichtig aan het inhalen. AD.nl wordt gezien als een uiting van het Algemeen Dagblad, dus deze onderneming ziet wel in dat er op alle fronten moet worden geïnvesteerd. Er moet een lijn komen tussen krant en online.’

Is de oplossing voor het kwaliteitsverschil tussen krant en internet dan intern op te lossen? ‘Dat denk ik wel,’ zegt Van Luling. ‘Steeds meer redactieleden worden zich bewust van het feit dat AD een nieuwsmerk is in plaats van een krant. Als over een jaar de halve organisatie zo denkt… Kijk, we hebben de mensen niet om de internetredactie fysiek flink te versterken. Maar internet moet een logisch onderdeel van de redactie worden, het hele ‘wij-/zij-gevoel’ moet ervan af. We doen nu heel veel dubbel, dat moet worden gecombineerd.’

Een efficiënte samenwerking tussen krant en internet kan het kwaliteitsverschil tussen de twee media van hetzelfde nieuwsmerk grotendeels oplossen. Ook in de tijdschriftenwereld wordt daarop gehamerd, schreef Sterre van der Hee in 2014 in NRC. ‘Redacties moeten ook voor apps schrijven.’ Nieuwssites tonen op dit moment veel gelijkenissen, brengen dezelfde informatie van persbureaus. Dit lijkt het moment dat je als nieuwsmerk je slag kunt slaan. Dat je als internetjournalist bij een ANP-bericht meteen een krantenjournalist inschakelt en het later als eigen nieuws publiceert, bijvoorbeeld. Nieuwsmerken moeten beseffen dat dit het moment kan zijn om de focus naar online definitief te bewerkstelligen. Dan heb je kans dat je de concurrentie op internet verslaat.

Advertenties