‘Polen is geen optie meer, ik ben verliefd op Nederland’

WESTLAND – Het is hoogseizoen in de Westlandse tuinbouw en dat betekent dat veel bedrijven tijdelijk in zee gaan met seizoenarbeiders uit het Oostblok. Zij zijn hier om in een korte periode relatief veel geld te verdienen, maar steeds vaker kiezen zij voor een toekomst in Nederland. Over hoe drie Poolse mensen ooit onbevangen het avontuur in Nederland aangingen om vervolgens nooit meer terug te keren.

,,Doe toch maar in het Engels,’’ zegt Urzula ‘Ula’ Foks (26) lachend. De Poolse is net klaar met werken in de sierplanten van T. Wesstein B.V. en komt zwetend uit de bloedhete kas gelopen. Ondanks dat ze druk bezig is om de taal onder de knie te krijgen, wil ze voor de zekerheid in het Engels communiceren.

,,Zeven jaar geleden, toen ik 19 jaar oud was, kwam ik naar Nederland,’’ vertelt Foks. ,,Puur voor het geld. Een vriend vertelde me dat ze hier meisjes zochten. Ik dacht: waarom niet? Het was maar voor drie weken, ik was jong en vrij om te gaan. Het was een grote stap, maar ik kwam en ik bleef.’’

Foks moest wennen aan de Westlandse arbeidsintensiviteit. Zuchtend vertelt ze over haar eerste maanden in Nederland. ,,Ik werkte altijd op mijn knieën en maakte lange dagen. Ik kende niemand en was de taal niet machtig, alles was ‘abracadabra’. Maar stel het je maar eens voor: je verdient vier keer zo veel als in Polen. Dat werkt stimulerend, hoor.’’

AANTREKKELIJK
Een paar kilometer verderop in Honselersdijk, bij FloraHolland –de grootste bloemenveiling van Nederland– wacht Przmek Korbel (39). In Nederlands met een sterk accent vertelt hij over zijn komst naar Nederland. ,,Ik was een jongen van 20 jaar oud zonder relatie. Kennissen vroegen of ik zin had om drie maanden in Nederland te komen werken. Voor het geld dat ik in die periode zou verdienen, kon ik een jaar in Polen ‘normaal’ leven. Ja, dat was aantrekkelijk.’’

Ook Agnieszka Polak (32) kwam als onbevangen, jonge meid in 1999 naar Nederland. In tegenstelling tot Korbel en Foks kwam zij niet voor het geld. Terwijl ze een diepe haal van haar sigaret neemt naast het gebouw van werkgever FloraHolland, vertelt ze over haar bijzondere beweegredenen. ,,Ik was zó verliefd. Ik leerde mijn Poolse ex-partner op vakantie in Duitsland kennen, terwijl we al jaren in dezelfde stad woonden. Hij ging –wél voor het geld– naar Nederland en ik ging met hem mee.’’

Misschien dat ik op mijn oude dag behalve een Nederlandse woning een huis in Polen neem, maar helemaal terug gaan? Nee, dat denk ik niet.

Het sprookjesverhaal van Polak komt na enkele jaren abrupt ten einde. ,,Mijn ex-partner raakte verslaafd aan marihuana en werd een totaal ander mens. Nu woon ik op mezelf met mijn zoontje van 6 jaar oud. Mijn kabouter, noem ik hem. Ik werk parttime als procescoördinator en ik vind dat zo leuk om te doen. Ik werk alleen ’s ochtends, dus de rest van de dag heb ik alle tijd voor mijn zoontje. Ik wil absoluut niet meer terug naar Polen. Ik ben hier al zo lang en ik wil mezelf blijven ontwikkelen binnen dit bedrijf.’’

Ook ‘Ula’ heeft haar plek gevonden in Nederland. Zo heeft ze nu al meer vrienden hier dan in Polen. ,,Ik ben voetbalster en ik speel sinds twee jaar bij Honselersdijk. Ik ben spits in het eerste vrouwenelftal. Het team is zo leuk; daar heb ik veel geluk mee gehad. Ik train twee keer per week, speel op zaterdag een wedstrijd en ik ga iedere week met ze stappen. Dat heeft me ‘gewoon’ twintig Nederlandse vriendinnen opgeleverd,’’ vertelt ze glunderend.

Korbel woont samen met zijn Poolse vriendin, die hij heeft leren kennen op de bloemenveiling. Eén ding is zeker: hun toekomst ligt hier. ,,Ik heb een huis gekocht, een leven opgebouwd,’’ licht hij toe. ,,Ik wil kinderen krijgen en ze hier zien opgroeien. Mijn meeste vrienden zijn Nederlands en zij zijn een tweede familie. Misschien dat ik op mijn oude dag behalve een Nederlandse woning een huis in Polen neem, maar helemaal terug gaan? Nee, dat denk ik niet.’’

Veiling

FloraHolland. © ANP

VOLWASSEN
Voor de drie arbeidsmigranten geldt hetzelfde: op jonge leeftijd hebben zij hun familie achtergelaten in Polen. ,,Voor de één is dat moeilijker dan voor de ander,’’ aldus Korbel. ,,Ik ben altijd al zelfstandig geweest. Ik belde met mijn vader en moeder en op een gegeven moment ben je groot genoeg. Het is niet dat ik ze per se vaak moet zien. Eén keer per jaar ga ik een paar weken naar Polen om familie te zien en zaken te regelen.’’

Polak had beduidend meer moeite met het achterlaten van haar familieleden. ,,De eerste jaren miste ik ze verschrikkelijk. Ik ging soms vijf keer per jaar terug naar Polen. Op een gegeven moment wordt iedereen volwassen, leidt iedereen een eigen leven. Soms heb je niet eens tijd om aan hen te denken. Ik heb ook familie in Canada en Duitsland, maar één keer per jaar –met Kerst– komen we samen in Polen. Dat is geweldig.’’

Ook Foks, die sowieso zware eerste jaren had in Nederland, kon het maar moeilijk verkroppen dat ze haar familie zo weinig zag. ,,Om de twee à drie maanden ging ik terug naar Polen,’’ vertelt ze. ,,Maar sinds ik een vast contract heb, is dat niet meer mogelijk. Ik ga nu twee of drie keer per jaar met mijn Nederlandse vriend. Natuurlijk mis ik ze, maar ik zie in Polen geen toekomst. Ik heb mijn plek hier en ik vind het leuk.’’

SEIZOENSARBEIDERS
In deze zomermaanden zien Foks, Korbel en Polak veel seizoenarbeiders naar Nederland komen die – net als zijzelf ooit – het avontuur aangaan in Nederland. Zij worden veelal ingezet voor zware klusjes in broeierige temperaturen. Toch blijft de stroom seizoenwerkers onverminderd groot. ,,De meesten komen hier een paar maanden of jaren om geld te verdienen,’’ denkt Korbel. ,,Daarom zijn ze wat flexibeler dan Nederlanders. Ze werken wat harder en langer, omdat ze echt uren willen maken en geld willen verdienen.’’

Bij T. Wesstein B.V. is het een komen en gaan van Poolse meisjes die enkele maanden aan de slag gaan. ,,Je werkt het grootste gedeelte van de tijd op je knieën,’’ vertelt Foks. ,,Maar ze komen hier altijd weer terug. Het is soms zwaar en stressvol, maar mijn baas is een aardige man. Hij heeft me veel geleerd, waardoor ik nu zelf niet zo vaak meer op mijn knieën hoef te werken. Ik leer de seizoenarbeiders wat ze moeten doen en ik werk veel met machines. Daar ben ik heel blij mee.’’

Natuurlijk mis ik mijn familie, maar ik zie in Polen geen toekomst. Ik heb mijn plek hier en ik vind het leuk.

Ze beseft dat ze geluk heeft met haar goede baan, vrienden en Nederlandse vriend. ,,Ik kan niet tegen iedereen in Polen zeggen dat het hier een paradijs is. Iedereen heeft z’n eigen verhaal, maar ik ben niet bang voor mijn toekomst en leidt een stabiel leven. Ik voel me hier goed.’’

Hetzelfde geldt voor Polak, die gek is van dit land. ,,Ik hou van het strand en de mensen hier. Ik heb al twee jaar een leuke nieuwe vriend die ik heb leren kennen op de bloemenveiling en ik wil met hem een toekomst opbouwen hier. Polen is geen optie meer, ik ben verliefd op Nederland.’’

 

Advertenties