‘Docenten mogen kop niet in het zand steken’

Den Haag, ‘jihadhoofdstad’ van Nederland. Ze zullen het niet graag beamen in de hofstad, maar met 33 uitreizigers is Den Haag de plek in Nederland waar de meeste mensen de overstap maken naar het kalifaat van Islamitische Staat (IS) in Syrië en Irak. De stad is op zijn hoede, maar welke rol speelt het onderwijs in het tegengaan van radicalisering onder de (moslim)jongeren in Den Haag?

© ANP

© ANP

De wijk Transvaal, ten zuidwesten van het Haagse centrum heeft 16.000 inwoners. Meer dan negen op de tien mensen is allochtoon. Er wonen relatief veel jongeren en de werkloosheid en armoede is groter dan in de rest van de stad. In deze tijd staan de autoriteiten op scherp. Eigenlijk is iedereen op zijn hoede.

Ook die ene docent van het Pleysier College in Transvaal. Hij constateert dat een meisje zich vreemd gedraagt. Ze zondert zich af, is steeds vaker afwezig. Geruchten doen de ronde dat ze wel openstaat voor een vertrek naar het kalifaat. Haar docent besluit na enig wikken en wegen aan de bel trekken.

,,Dat is een uitstekend voorbeeld van de belangrijke rol van het onderwijs in het tegengaan van radicalisering,’’ zegt Hanneke van der Werf, communicatiemedewerker bij de Tweede Kamerfractie van D66, desgevraagd op een bijeenkomst van de partij over radicalisering. ,,Doordat die leraar zijn vermoedens besloot te melden, kon het meisje net op tijd worden gestopt. Nu staat ze onder toezicht van 15 professionals.’’

 ,,Den Haag is verder dan andere steden in de aanpak van het radicaliseringsprobleem.” – Fleur Nollet

Den Haag heeft de handen vol aan het radicaliseringsprobleem. Het extreme aantal uitreizigers zorgt ervoor dat er veel discussie en onenigheid bestaat over de aanpak van radicalisering. ,,De gemeentelijke taak is vooral preventief. Den Haag voert al lange tijd samen met het rijk beleid tegen polarisatie en radicalisering. Het preventiebeleid komt tot uiting in het Informatiepunt Preventie Polarisatie en Radicalisering (IPPR) van de gemeente”, licht persvoorlichter Coen van Kranenburg van de gemeente Den Haag toe.

Hij legt uit dat Haagse scholen aangeven kennis en ondersteuning nodig te hebben. ,,Wij staan scholen bij met scholings- en trainingsmogelijkheden op het gebied van radicalisering met de nadruk op vroegtijdige signalering en preventie.” Volgens Van Kranenburg is onderwijs ‘vitaal’ voor het versterken van de weerbaarheid van Haagse jongeren. ,,Op school wordt hen bijgebracht wat de basiswaarden van de samenleving zijn. De komende jaren gaan we intensief overleggen met scholen en onderwijsinstellingen over hun rol en de benodigde middelen.”

Beperkt
Behalve het gemeentelijke beleid houdt ook het rijk zich nadrukkelijk bezig met de rol van scholen. Fleur Nollet (27) is beleidsmedewerker van de Stichting School en Veiligheid, die een telefonische helpdesk heeft voor scholen die op zoek zijn naar advies. De stichting wordt gesubsidieerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Nollet vindt dat onderwijs een beperkte rol speelt in het tegengaan van radicalisering.

,,Al kan het enorm bijdragen aan preventie’’, vertelt ze. ,,Het gaat om oog hebben voor je leerlingen, het gesprek aangaan. Extreem gedrag signaleren ligt volledig in lijn met de pedagogische taak van een docent. Je let op je leerlingen. Als je merkt dat iemand zich niet welkom voelt, moet je dat opmerken en melden. Dan mag je niet je kop in het zand steken.’’

,,Als je merkt dat er onthoofdingsfilmpjes van Islamitische Staat de school rondgaan, word je actief.” – René Schreuder

In Den Haag speelt het radicaliseringsprobleem al langer, constateert Nollet. ,,Sinds de aanslagen op Charlie Hebdo is het gesprek over radicalisering weer opgeleefd, maar ook in 2005 en 2006 was die trend gaande door de opkomst van de Hofstadgroep. Daarom is Den Haag wel verder dan andere steden in de aanpak van het probleem – de stad heeft in elk geval al een hotline en een steunpunt.”

Zeker in Den Haag is het onderwijs radicalisering als een taak gaan zien, denkt Nollet. ,,De gemeente legt het accent op de preventieve kant en docenten kijken naar wat ze zelf kunnen doen als ze iets vermoeden.’’

Op scherp
Is het inderdaad waar dat Haagse scholen – mede door de eerdere ervaringen met de Hofstadgroep – op scherp staan? Ja, denkt Mirjam de Zwart, schoolmaatschappelijk werker bij Stichting Jeugdformaat in de regio Haaglanden. Zelf is ze op de Haagse scholengemeenschap Segbroek College actief.

Ze merkt aan alles dat het onderwijs er bovenop zit. Behalve trainingen die worden aangeboden door onder meer het IPPR (‘Die zijn gericht op: je constateert iets, en dan? Wat te doen en wat niet te doen?’), hebben docenten in Den Haag volgens haar vooral een signalerende rol. ,,Op het voortgezet onderwijs zitten jongeren in hun puberteit. Die zijn zoekende. Dat maakt hen gevoelig voor extreme invloeden. Vakken als maatschappijleer en geschiedenis kunnen hierin een grote rol spelen. Verder vind ik dat docenten altijd het gesprek moeten aangaan met leerlingen over wat ze denken en waarom ze die gedachten hebben. Nooit zeggen: dat is fout, of slecht. Het onderwerp bespreken helpt veel meer dan het te vermijden.’’

,,Het onderwijs wordt meer en meer een container waar dit soort maatschappelijke problemen terechtkomt.” – René Schreuder

Bij de scholengroep Den Haag Zuid-West wordt nauw samengewerkt met de wijkagent, vertelt onderwijsmanager René Schreuder. Hij is de opvolger van Hans van Wieren, die in 2004 werd doodgeschoten door leerling Murat Demir op het Terra College, zoals de school eerst heette. De school, gelegen in Den Haag Zuid-West (‘de nieuwe Schilderswijk’), ligt dus sowieso onder een vergrootglas.

Er zijn veel moslims op de scholengemeenschap, vertelt Schreuder. ,,39 procent van onze leerlingen is allochtoon. Je moet je als docent hier openstellen voor nieuwe culturen en bijbehorende codes, nieuwsgierig zijn.” De preventieve, signalerende rol op het gebied van radicalisering wordt dan ook benadrukt, zegt de manager. ,,Als je merkt dat er onthoofdingsfilmpjes van Islamitische Staat de school rondgaan, word je actief. Zulke dingen bespreken we in de mentorgesprekken.’’

Wel is Schreuder wat sceptisch over het afschuiven van maatschappelijke relevante issues naar scholen. ,,Het onderwijs wordt meer en meer een container waar dit soort maatschappelijke problemen terechtkomt.”

Advertenties