Leraren worden bijgeschoold: trainingen over radicalisering

Trainingen voor docenten in het onderwijs op het gebied van radicalisering onder (moslim)jongeren nemen een hoge vlucht. Want hoe ga je als docent om met leerlingen die neigen naar extremisme?

Rob Hommen (41), hoofdbestuurder van de Algemene Onderwijsbond én docent wiskunde in Roermond,

Rob Hommen © Twitter

Rob Hommen © Twitter

geeft trainingen namens de Aob. ,,Radicalisering tegengaan is moeilijk. Als jongeren eenmaal hebben gekozen, het zij voor Islamitische Staat, het zij voor dierenactivisme, dan ben je al vijf stappen te laat. Wat wel kan – en daar staan we voor met de Algemene Onderwijsbond – is van leerlingen kritische burgers maken. Ze moeten informatie filteren, kunnen beoordelen of die informatie klopt. Daarom moet je met hen in gesprek gaan. Het slechtste is om iets per definitie af te keuren. Je moet de dialoog aangaan.’’

Ook Steven Lenos (48), senior adviseur bij RadarAdvies, een bureau voor sociale vraagstukken en maatschappelijke ondersteuning, geeft aan dat het gesprek met de leerling in kwestie belangrijk is. ,,Het gaat over begrijpen. Waarom vallen jongeren voor zo’n ideologie? Waarom zou je fan zijn van zo’n onverdraagzame denkwijze als die van Islamitische Staat?’’

Ook Lenos staat geregeld voor groepen docenten om hen in te wijden in de geheimen van radicaliserende jongeren. Hij legt de nadruk tijdens zijn lessen specifiek op twee zaken: risicomensen en het ‘wij-zij-denken’. ,,Met risicomensen bedoel ik jongeren die makkelijk kunnen worden verleid tot radicalisering. Dat zijn geen engerds. Of daders. We hebben er aandacht voor hoe het kan gebeuren dat zij worden verleid. Dan gaat het over identiteit, over onrecht in de wereld. Daar moeten ze weerbaar voor worden. Scholen kunnen een beschermende rol spelen.’’

,,Als wij niet openstaan voor mensen die onrecht ervaren en vervolgens zeggen ‘rot op, jullie zijn hier niet welkom’, dan is dat een voedingsbodem voor radicalisering.” – Steven Lenos

Met ‘wij-zij-denken’ doelt Lenos op het gevoel ‘dat niemand er iets aan doet’. ,,Dat zie je altijd bij ideologieën, ook bij dierenextremisten. Als wij niet openstaan voor mensen die onrecht ervaren en vervolgens zeggen ‘rot op, jullie zijn hier niet welkom’, dan is dat een voedingsbodem voor radicalisering.’’

Volgens Lenos heeft iedere docent er mee te maken. ,,Omdat iedere leraar zijn pupillen helpt met problemen. Signalering en preventie zijn daarbij de uitgangspunten. Radicalisering is een onderwerp voor een kleine groep mensen, maar die preventieve rol daarin komt op veel meer manieren terug.’’

Volgens Hommen is het belangrijk dat docenten zich focussen op de fase voor radicalisering. ,,Al is het lastig om te concluderen wat bij een bepaalde cultuur hoort en wat radicalisering is. Dat is een dunne lijn. Het gaat om een preventieve aanpak, die eigenlijk hetzelfde is als bij homofobie of extreem rechts gedrag.

Sleutelrol
Hommen en Lenos zijn het er over eens dat docenten geen sleutelrol spelen in de aanpak van radicalisering onder jongeren. Hommen: ,,Wij focussen op de school zelf: hoe gaan ze binnen de organisatie ermee aan de slag? Dan kom je al snel tot de conclusie dat radicalisering bij specialisten hoort, niet bij docenten. Signaleren is goed, maar daarna moet het naar de specialist.’’

Voor RadarAdvies is dat ook een reden om de trainingen altijd te geven in samenwerking met een delegatie betrokkenen, vertelt Lenos. ,,Jongerenwerkers, politiemensen, gemeenteambtenaren, ze zijn allemaal aanwezig. Dat is ook onze visie: het tegengaan van radicalisering is een samenwerking tussen partijen.’’

Advertenties