Wie was de spijkerstrooier in de jaren ’20?

De bandenprikker die het Westland maandenlang in zijn greep hield, is geen unicum in de regio. In de jaren ’20 was Maasdijk in de ban van een slinkse spijkerstrooier. AD Westland maakte in samenwerking met Historisch Archief Westland een reconstructie.

De eerste berichten over regelmatige vernieling van banden in het Westland dateren van juli 1926. Een bezorgde Maasdijker schrijft een brief naar de Westlandsche Courant, die het relaas op 17 juli 1926 publiceert.

Volgens de schrijver doet zich sinds drie weken ‘een vreemd verschijnsel’ voor in het gedeelte Tol tot aan de Nol in Maasdijk. Banden van auto’s, motorrijtuigen, stoomfietsen en rijwielen worden – voornamelijk op zondag – getroffen door ‘vreemdsoortige’ spijkers. Hij schrijft dat de autobusonderneming van De Jong liefst acht lekke banden had en dat ook een tiental ‘luxe auto’s’ eraan moest geloven.

De bezorgde Maasdijker constateert dat – net als bij de bandenprikker anno 2016 – de vernielingen veel stof doen opwaaien in Maasdijk en omstreken. Hij doet een oproep: blijf waakzaam en informeer de politie als je meer weet. ‘Want onze eenige groote verkeersweg moet toch veilig blijven’.

Net als nu vat de politie in de jaren ’20 uiteindelijk de vermoedelijke bandenvernieler in de kraag. De 34-jarige J. van B. uit Maasland komt in april 1927 voor de rechter, op verdenking van ‘een poging tot zaakvernieling’. De verdachte zou in de avond van 16 november 1926 de banden van de autobus van Maassluis naar Hoek van Holland hebben geprobeerd te vernielen, door op de Maasdijk stukken hout met spijkers te leggen. Saillant detail: de poging mislukte. De chauffeur zag de spijkers op tijd en ontweek ze.

Een autobusondernemer uit Naaldwijk, A. Wijnands, is de belangrijkste getuige in de zaak. Hij zou Van B. hebben betrapt op het neerleggen van de geïmproviseerde spijkermatten. Toen hij zijn groot licht aanzette, zou hij de verdachte hebben herkend. Volgens de getuige hebben soms wel acht auto’s per dag last van lekke banden op de Maasdijk. Die schade zou sinds de bekeuring van Van B. zijn verminderd, maar ‘de laatste dagen’ zijn er weer spijkers gevonden. De verdachte heeft weinig in te brengen, want het hout komt van zijn erf en de spijkers zijn alleen verkrijgbaar bij de provinciale veiling waar hij werkt.

Het Openbaar Ministerie eist vier maanden cel. In het krantenbericht in De Westlandsche Courant van 16 april 1927 staat dat het OM slechts deze mislukte poging tot vernieling van autobanden door Van B. kan aantonen. Justitie kan niet bewijzen dat hij schuldig is aan eerdere vernielingen die wél slaagden. ‘In elk geval zijn dergelijke handelwijze infaam gemeen, en moet een zware straf geeischt worden, daar er gevaar voor de passagiers uit kan ontstaan’, zo klinkt het.

Tien dagen later veroordeelt de rechter Van B. tot drie maanden gevangenisstraf.

Bandenprikker
Toch is daarmee de kous niet af, valt een maand eerder al te lezen in De Westlander. Op 25 maart 1927 is het weer raak in het Westland. De krant schrijft dat ‘een der achterbanden van de bestelauto van bakker Boon’ met een scherp voorwerp is lek gestoken. Een heuse bandenprikker, dus. De schrijver van het nieuwsbericht durft al een voorzichtige conclusie te verbinden aan het doel van de vernielingen. ‘Het spijkerstrooien en stuk steken der banden zijn vermoedelijk middelen om haat te koelen.’ 

Daarna blijft het, afgaande op de publicaties in de Westlandsche Courant en De Westlander, een halfjaar rustig in Maasdijk. Tot begin februari, als een spijkerstrooier weer toeslaat. De Westlander schrijft op 3 februari 1928 dat hij ‘zijn misdadig werk weer eens heeft uitgeoefend’. De bandenvernieler zou op één dag zeker veertien autobanden hebben lekgestoken. Uit één van de banden zouden zelfs twaalf grote spijkers zijn gehaald.

Was deze actie, maar ook het leksteken van de bestelauto van bakker Boon, het werk van de veroordeelde spijkerstrooier Van B.? Of liepen indertijd meer baldadige Westlanders rond die het hadden gemunt op autobanden? De krantenverzamelingen van Historisch Archief Westland melden na 3 februari 1928 niets meer over stelselmatige bandenvernieling.



Kader (200 woorden)

‘Niet aantoonbaar dat hij voor alle gevallen verantwoordelijk was’

Jan Buskes, medewerker archieven en collecties bij Historisch Archief Westland, ontdekte het verhaal van de Westlandse spijkerstrooier in de jaren ’20.

Hoe ontdekte je dit?
,,Vrijwel altijd kijk ik bij een actueel nieuwsfeit in de archieven of er 10, 20, 40 of 80 jaar geleden ook iets dergelijks is gebeurd. Bij de bandenprikker stuitte ik dus op deze spijkerstrooier. Zoals altijd kom je in je research ook andere dingen tegen, die soms zelfs veel interessanter zijn. Zo ontdekte ik dat in die tijd de Maasdijk, die natuurlijk nog niet geasfalteerd was, heel slecht was onderhouden.’’

Wat denk je, was Van B. de enige spijkerstrooier of waren er meer?
,,Het is niet te zeggen of Van B. copycats had in die tijd. Anderzijds is het ook niet aantoonbaar dat Van B. verantwoordelijk was voor de overige schadegevallen. Er is op een gegeven moment niet meer geschreven over de spijkerstrooier, dus de kans op een copycat lijkt me klein. Als je tegenwoordig zoiets doet, zoals de bandenprikker, kom je overal in het nieuws en is die kans groter.’’

Is bekend of de Westlanders net zo boos waren als dat ze nu zijn op de bandenprikker?
,,Nee. Wel zie ik Westlanders als harde werkers die niet van gezeur houden, dus dat zal in de jaren ’20 niet anders zijn geweest dan nu.’’

Advertenties